๐๐ฒ ๐๐ผ๐ฒ๐ธ๐ผ๐บ๐๐๐ถ๐ด๐ฒ ๐บ๐ฒ๐ฒ๐ป๐: ๐ฝ๐ผ๐๐๐ด๐ฟ๐ผ๐ฒ๐ถ ๐ฒ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐ด๐ฒ๐บ๐ฒ๐ฒ๐ป๐๐ฐ๐ต๐ฎ๐ฝ๐๐ฒ๐ฐ๐ผ๐ป๐ผ๐บ๐ถ๐ฒ
Op de bijeenkomst van CollectieveKracht in Nijmegen luisterde ik naar een inspirerende lezing van Irene van Staveren, onder de bezielende leiding van hoogleraar Tine De Moor de Moor. Het voelde als een intiem gesprek over hoe we weer mens kunnen worden in een tijd die alles sneller, groter en efficiรซnter wil maken.
Van Staveren sprak over een economie die niet draait om steeds meer groei, maar om samenleven. Een economie waarin zorg, vertrouwen en verbondenheid weer waarde krijgen. Haar verhaal sloot prachtig aan bij de ideeรซn van Kate Raworth en haar Donuteconomie bedacht ik me.
Die donut laat eigenlijk iets eenvoudigs zien: niemand zou tekort mogen komen aan wat nodig is om waardig te leven, een huis, voedsel, onderwijs, zorg, veiligheid. Maar tegelijk mogen we de grenzen van de aarde niet blijven overschrijden. Tussen dat sociale fundament en het ecologische plafond ligt de ruimte waarin mens en natuur samen kunnen leven.
Wat mij raakte, was de manier waarop Van Staveren sprak over de menselijke maat. Over buurten waarin mensen opnieuw dingen samen organiseren. Energiecoรถperaties, broodfondsen, gezamenlijke woonvormen, lokale voedselprojecten. Geen systemen gebouwd op wantrouwen, maar op wederkerigheid.
Alsof onder het asfalt van onze samenleving langzaam weer oude wortels zichtbaar worden.
Ze liet zien dat de markt niet hetzelfde hoeft te zijn als het kapitalisme dat wij nu kennen. Dat economie ook kan draaien om genoeg in plaats van altijd meer. Om lange adem in plaats van snelle winst. Om gemeenschap in plaats van concurrentie alleen.
Tijdens corona bleek hoe sterk zulke gemeenschappen kunnen zijn. Waar grote systemen vastliepen, hielpen mensen elkaar. Daar ontstond veerkracht. Niet uit efficiรซntie, maar uit verbondenheid.
Steeds meer plekken laten zien dat dit geen utopie is. Repaircafรฉs, deelautoโs, buurtenergie en gezamenlijke tuinen zijn kleine signalen van een andere toekomst. Misschien nog kwetsbaar, maar wel levend.
De โtoekomstige meentโ waar Van Staveren over spreekt, is eigenlijk een oud idee in een nieuwe tijd: samen verantwoordelijkheid dragen voor wat van ons allemaal is. Niet vanuit dwang, maar vanuit besef. Omdat we uiteindelijk afhankelijk zijn van elkaar รฉn van de aarde die ons draagt.
Ik liep naar buiten en maakte een wandeling in het nabij gelegen Valkhofpark. Daar staat een monument met de tekst โEENDRACHT MAAKT MACHTโ. Het herinnert aan de spoorlijn Nijmegen-Kleve uit 1865. Die werd niet door de staat of grote bedrijven gebouwd, maar door inwoners samen.
Het laat zien dat echte welvaart niet alleen gaat over bezit. Het gaat ook over wat mensen samen kunnen maken. Dat idee past goed bij de toekomstige meent: samenwerken voor het geheel.

